exposities

: De schilder tekenaar en beeldhouwer Aat Verhoog hoef ik hier bij deze opening niet op een verhoog te plaatsen. Hij staat daar al jaren op zijn plek en die plek is een zeldzame. Dat kan niet van iedere beeldende kunstenaar van zijn jaargang worden gezegd. Velen van hen zijn tussen de coulissen van de verloren tijd verdwenen. Zo niet Aat Verhoog, ook al kan men vaststellen dat hij geen expositietijger is. Dat hij hier vanmiddag een keuze van werken uit de laatste tien jaar presenteert, mag bijzonder worden genoemd. En wie hem in zijn lange loopbaan als tekenaar en schilder heeft gevolgd, (en daar horen al geruime tijd ook zijn beelden bij) zal constateren dat deze Aat Verhoog dichtbij zichzelf is gebleven, En dat houdt heel wat in ! Verhoog beschikt in hoge mate over de mogelijkheden van ""visuele denken"". Zijn waarheid berust niet steeds op de gelijkenis van mensen en dingen. Hij weet als geen ander dat wat zich niet in systemen laat vangen, in de kunst kan gebeuren. Het lijkt allemaal op het eerste gezicht pais en vree, de taferelen zijn inzichtelijk bijzonder knap gecomponeerd, de kleuren nemen iets klassieks aan, met een vleugje uit de tijd van de Medici. Hij slaat het Hollandse licht over terwijl hij wel degelijk uit het Haagse komt. Zijn schilderijen roepen reminiscenties op aan grote literatuur, van Europese of zuidelijke oorsprong, terwijl het ook kan gebeuren dat Freud door de brievenbus meekijkt of dat, door een flard van de verloren tijd a la Proust, het tafereel van een verholen vervreemding is doortrokken. Ondertussen voegt hij, niet zonder raffinement, en in subtiele verschuivingen, aspecten van de romantiek aan de scènes toe, terwijl hij tegelijkertijd de romantiek in de bekende zin van het begrip ontmantelt en er een nieuwe mythologie voor in de plaats zet. Zo speelt hij zijn spel. Friedrich Schiller schreef het al : de mens is alleen maar dan geheel, wanneer hij speelt. Als het spelelement verdwijnt , dan gaat het vaak mis in de romantiek, en de schilder Aat Verhoog weet dat. De diepere zin die aan de romantiek wordt toegeschreven, weet hij op een ironiserende , relativerende en vervreemdende manier juist vederlicht te maken. Dubbelzinnigheid kenmerkt in dit geval de dichter Aat Verhoog. Zijn lentes zijn prima, maar de vrouwen in zijn doeken kunnen bouderen als prima vera,s die het zelf niet lijken te beseffen. Of zij zich nu gedrapeerd hebben op een sofabank of paard rijden langs de watergrens op het strand, terwijl de vogel is gevlogen. Er wordt heelveel weggekeken in zijn doeken, en heel veel teruggekeken. En als je niet weet dat bijvoorbeeld het doek met de twee vrouwen Herinnering aan Napels heet, dan weet je dat , na het lezen van de titel en weer kijken, de eerste oogopslag de tweede zal onderschrijven. En eigenlijk weet je niet waarom, zo gaat dat wanneer je de pas inhoudt en een schilderij van Aat Verhoog bekijkt. Hier vervalt de maatschappelijke relevantie, zoals cultuurdragers in het politieke Den Haag dat willen en dan komt er een bijzondere realist uit het creatieve Haagse om de hoek kijken. Hij schept de echte relevantie, die van een bijzondere verhouding kunstenaar – kijker. De beeldende kracht heeft het hier voor het zeggen. Dames en Heren, Ook een kunstenaar als Aat Verhoog komt niet zomaar uit de lucht vallen. Om in het kort het domein, waar vanuit hij zijn eigen weg is gegaan, te schetsen , moeten we terug gaan naar de jaren dat een aantal jonge Haagse realisten min of meer op dezelfde golflengte afstemden. En enige tijd naar buiten traden onder de noemer ABN. Het drietal Pat Andrea, Walter Nobbe en Peter Blokhuis . Co Westerik was toen al een tijdje de zogenoemde “”peetvader”” van die Haagse Realisten. Een schilder als Herman Berserik was er ook nog en vooral ook Hagenaar .Maar wie echter, en eigenlijk al vanaf het begin , na zijn opleiding aan de Koninklijke en de Vrije Academie in Den Haag, volstrekt zijn eigen weg ging was Aat Verhoog. Het was ook telkens een zeldzame zaak zijn ontplooiing en bloei met regelmaat te volgen. Want hij exposeerde niet zo vaak als de anderen. Galerie Balans in Amsterdam was zijn plek en ook New Style in Den Haag, galeries die echter helaas verdwenen zijn. Overigens kon men in 1988 in het Haagse Pulchri Studio kennismaken met een kenmerkend thema van Verhoog : de schilder en zijn model. Die presentatie was later ook in het Markiezenhof in Bergen op Zoom te zien. En juist in die jaren was de terugkeer van het realisme in de schilderkunst aanleiding tot heftige discussies waarbij leraar Kraaijpoel de hoge tonen zong. Aat Verhoog moet, gezien zijn eigen onvervreemdbare plaats in dit stroomgebied, met de hem eigen ironie en zachte scepsis, die beeldenstrijd bekeken hebben. Ed Wingen schreef toen over die scepsis in het voormalige tijdschrift voor beeldende kunst Kunstbeeld o.a. “” want zo bekijkt hij ook de werkelijkheid die voor hem aanleiding blijft te schilderen. Hij vindt die werkelijkheid meestal dichtbij, in zijn directe omgeving van huis en haard, waar zijn echtgenote en beide dochters graag deelnemen aan het vindingrijke spel dat de schilder in zijn atelier opvoert. Verhoog speelt niet alleen met het schilderen dat hij als een ambacht beschouwt en om die reden plezierig vindt, ook als het hem tot routineuze handelingen dwingt, maar ook met de werkelijkheid die voor hem uit waarneming en herinnering bestaat”” Aat Verhoog schildert niet alleen wat hij ziet, maar ook wat hij weet. Deze twee benaderingen zien wij in zijn werk vaak prachtig samen gaan. Ik mag dit dan vinden en u moet zelf als beschouwer het maar bekijken. Als schilder en tekenaar heeft hij een bijzondere verhouding met het waarneembare. Met zijn intelligente figuratieve voorstellingen speelt hij een spel vol ironie. Ik heb ergens gelezen dat hij zelf beweert dat er geen mystiek boven zweeft. Maar in de catalogus van de AMC-collectie, waarin werk van Verhoog is opgenomen , wordt daar toch het volgende aan toegevoegd : Er zit misschien geen mystiek in, maar het is wel een merkwaardige werkelijkheid die hij creëert. Een intrigerende Verhoogiaanse werkelijkheid met taferelen en thema,s die hun verhouding met de realiteit uitdrukken in tal van wijzigingen. Hij grasduint graag in de kuntgeschiedenis met scherpe aandacht voor bruikbare motieven die hij in zijn werkelijkheid opneemt zodat er allerlei effecten van vervreemding ontstaan, bijvoorbeeld tussen heden en verleden en tussen het bestaande en het geënsceneerde. Er hangt hier een schilderij waar de vrouwenfiguur lijkt te zweven; het blauw is van een doorschijnende schoonheid en het schilderen is van een tekenachtige zegging. In dit schilderij waarin raadselachtige dingen gebeuren, wordt ook duidelijk dat de maker ervan een groot tekenaar moet zijn. En dat is niet teveel gezegd. Er zijn op deze tentoonstelling schilderijen waarvan de tekening als het ware in het souterrain aanwezig is. Tekenen is voor Verhoog een vorm van denken met de vingers. En hij weet dat de tekenkunst eigenlijk dè kunst is. De schilderkunst steelt in ons land altijd de show. Helaas zijn de tekeningen van Aat Verhoog aan het gezicht onttrokken, omdat zij opgeslagen liggen in tal van schetsboeken. Waarvan ook de voorlopers van schilderijen. Wanneer deze tekeningen aan het licht komen – en ik pleit hier voor – dan mag men hopen dat een keuze daaruit ook haar weg vindt naar het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum, waar men van plan is de eigentijdse meesters van jaargangen als Verhoog niet te passeren, daar waar musea dat wel doen. Dames en heren tot slot Speciaal voor deze tentoonstelling heeft Aat Verhoog een heel bijzondere serie Iconen vervaardigd., Deze iconen zijn geplaatst binnen een hardhouten frame, afkomstig uit India. Eigenlijk zijn het kijkgaten, die oorspronkelijk in de lemen muur van huizen waren aangebracht, en waardoor de voor ons onzichtbare vrouwen naar buiten konden kijken. Zij mochten niet direct communiceren met samenleving, onaanraakbaar als zij wat dit betreft door het leven moesten gaan. Toen Verhoog deze houten kijkgaten zag, was hij meteen gefascineerd, (even als Ada Breedveld dat voor hem was) door de oorspronkelijke functie. De eigen verbeelding vroeg om antwoord, en zie, hij voegde zeer recent een heel nieuw thema aan zijn oeuvre toe. Het getuigt ook van een goed gerichte antenne, nog altijd afgesteld op de mensen en dingen. Zijn werkelijkheidszin berust op waarneming en eigen verbeelding die als romantische ironie en relativering te boek staan. Het zijn stuk voor stuk unieke icoontjes; vrouwengezichten kijken u aan, gevat in de glans van zilver of bladgoud, zoals deze ook gebruikt worden bij iconen ten dienste van de orthodoxie of de Griekse liturgie. Maar hier kijkt de wereld van de vrouw terug naar ons, los gemaakt van de religieuze betekenis. Hij mengt hier twee culturen en het resultaat is een Verhoogiaanse blik van verstandhouding. Ik heb begrepen dat hij deze vrouwen “”mijn Magdalena,s”” noemt. Als dit zo is, dan mag hier toch wel worden gerefereerd aan het verhaal van Maria van Magdela, oftewel Maria Magdalena die op Paasmorgen naar de uit het graf verdwenen Jezus zocht en aan de tuinman vroeg wat er met het lichaam was gebeurd. Pas na enige tijd herkende zij de tuinman als haar meester Jezus. Deze gebeurtenis heeft de naam gekregen van :”” noli me tangere””, raak me niet aan zei Jezus tot haar (volgens johannes 20,17). De onaanraakbaren van Aat Verhoog kijken u geseculariseerd aan. Geen gek vooruitzicht op de komende Pasen.
    De exposities